Mag het licht uit?

30 - 1 - 2014

lantaarnpaalAl twee jaar doet Rijkswaterstaat ’s nachts het licht uit op de autosnelweg. Dat levert een besparing op van zes ton per jaar en de maatregel heeft niet geleid tot meer verkeersongevallen. Soms is het vervelend dat het donker is, bijvoorbeeld op plaatsen waar aan de weg gewerkt moet worden.

Dan belt Rijkswaterstaat lokale aannemers die even het licht gaan aandoen. Die dienen rekeningen in en de hoogte daarvan was het afgelopen jaar twee miljoen. Rijkswaterstaat heeft aan die doofmaatregel dus geld verloren. Daarom gaan ze nu een geautomatiseerd systeem bouwen om het licht lokaal aan te kunnen doen. Dat moet medio dit jaar klaar zijn en het gaat acht ton kosten. Als alles goed gaat, zijn we dan na een paar jaar goedkoper uit met het licht uit.

Kan dit niet anders en beter? Waarom rekruteert Rijkswaterstaat niet gewoon een ploegje van tien werkloze koeriers die ’s nachts kunnen uitrukken als ergens het licht aan moet? Met tien man bestrijk je het ganse land en wat kosten tegenwoordig nou tien salarisjes?

Toe goem

17 - 1 - 2013

De striptekenaar André Franquin bedacht hele goeie onomatopeeën in zijn strip Guust Flater. Zijn Nederlandse vertalers werden er werkelijk door geïnspireerd en vertaalden ze in briljante Nederlandse. ‘Gaw gaw gaw’ bijvoorbeeld, voor iemand die op een trampoline springt. ‘Pataflop’, voor een stapel boeken die van tafel valt. ‘Djiiiii’, voor een elektromotortje. ‘Schwiiii tat tat tat tat tat’, voor een lift die door een ontploffing de kelder in dondert. En ‘toe goem, toe goem’ voor een motor die uit een auto valt.

Mitt is geen Mitterand

9 - 11 - 2012


Amerika heeft een historische kans laten liggen om iemand met een belachelijke voornaam tot president te kiezen. Het is niet gelukt en dat is pech voor Mitt. Persoonlijk geloof ik dat zijn voornaam een belangrijke reden voor zijn verlies is geweest. Die valt namelijk in de categorie ‘Butch’, ‘Bubba’ en ‘Scooter’. In Nederland kun je geen minister-president worden als je Wesley heet en in Amerika is Mitt kansloos. Als vrouw maak je nog meer kans, zelfs als je Durkje heet.

Mitt past democratisch veel beter bij de Amerikaanse volksaard. Tegen abortus, tegen het homohuwelijk en bijna fundamanteel gelovig. Wat willen ze nog meer? Ongelofelijk dat hij het niet geworden is. Ik ben er blij mee, want ik ben ervoor dat homo’s abortus kunnen plegen. Hierbij wil ik dan ook de ouders van Mitt hartelijk bedanken, want al hebben ze hem dan niet geaborteerd, ze gaven hem gelukkig een kansloze voornaam.

Boetebeding

11 - 7 - 2012

Als je via internet een inschrijving doet, zijn er vaak voorwaarden aan verbonden. Die voorwaarden staan ergens op de website van het desbetreffende bedrijf en die vergeet je wel eens van voor tot achter door te lezen.

Sommige bedrijven maken er handig gebruik van dat mensen de voorwaarden niet goed lezen. In mijn top tien staat Kinderopvang Haarlem sinds kort bovenaan. Die hebben in hun voorwaarden een sanctie staan waar de Spaanse Inquisitie jaloers op zou zijn. Die sanctie wordt je opgelegd als je minder dan twee maanden voordat je van hun diensten gebruik maakt, annuleert. Nee, je hoeft geen hete ijzeren pantoffels aan en je tong wordt evenmin uitgerukt. Je hand wordt niet afgehakt. Dat mag namelijk allemaal niet volgens de Nederlandse wet. Van wat wel mag hebben ze het maximum opgezocht en dat wordt je als ouder opgelegd.

Ik had mijn dochter ingeschreven voor naschoolse opvang waar zij op 3 september zou beginnen. Op 4 juli moest ik de inschrijving door onfortuinlijke omstandigheden annuleren. Had ik dat drie dagen eerder gedaan, dan had ik slechts 150 euro hoeven te betalen. Nu ik binnen een periode van twee maanden voor aanvang was aanbeland, werd het ineens 500 euro: twee volledige maanden betalen voor een dienst waar je geen gebruik van maakt. En dan heb ik nog geluk, want de inschrijving was maar voor twee dagen in de week. In juridische termen heet dit boetebeding. Je moet dus een boete betalen omdat je niet binnen twee maanden annuleert. Strikt genomen ben je dus een crimineel als je dat niet doet.

Ik maakte bezwaar tegen deze sanctie en de manager van het bedrijfsbureau stuurde mij een antwoord. Hij legde daarin uit dat mensen vaak denken dat er een wachtlijst is en dat afzeggen geen probleem is omdat het bedrijf zo een nieuw kindje kan plaatsen. Maar er is geen wachtlijst en de kinderopvang blijft vaak zitten met niet ingevulde plaatsen. Zeker als ze toelaten om mensen korter dan twee maanden van tevoren te laten afzeggen.

Waar het op neerkomt is dat deze stichting zonder winstoogmerk het heeft klaargekregen om mensen als boete het volledige bedrag te laten betalen van iets wat ze niet afnemen. Ongelofelijk dat dit kan in Nederland. Als je garantie van een product een dag verlopen is, zijn bedrijven vaak coulant en repareren het ding voor je. Deze stichting is zo star als een standbeeld van een uitgestorven diersoort en is niet bereid om mensen tegemoet te komen.

Dat die stichting kinderen opvangt, baart mij zorgen. Wat zullen er voor sancties op de werkvloer gehanteerd worden? Moet je kind twee maanden van tevoren aangeven dat het naar de w.c. moet? Mag het binnen die twee maanden voor een gereduceerd tarief wel nog een kleine boodschap doen, maar moet voor poepen het equivalent van twee maanden toiletpapier betaald worden, inclusief het loon van de schoonmaker en de verwijderingsbijdrage van de pot?

Je zou het wel verwachten en daarom pleit ik ervoor om de bedrijfsnaam Kinderopvang Haarlem te veranderen in: ‘Oudermishandeling Haarlem’. Ik heb die suggestie voorgelegd aan de directeur, maar die reageert niet meer op mijn e-mails. Daar stuur ik hem een fikse rekening voor, ook al heeft hij de voorwaarden die aan het openen van een van mijn e-mails verbonden zijn niet gelezen.

Zeventiger dromen

26 - 8 - 2010

De jaren zeventig waren zo geweldig dat ze wat mij betreft best twintig jaar hadden mogen duren.

Onlangs sprak ik de vriend van de vriendin van mijn nicht die de jaren zeventig geestverruimend en bewust tegelijk heeft meegemaakt. We ontmoetten elkaar voor het eerst in 1976 op een camping in Frankrijk, waar hij zijn vriendinnetje kwam bezoeken. Nu, vijfendertig jaar na dato, vroeg ik hem hoe hij destijds zo stipt, precies op het afgesproken tijdstip, op die camping kon aankomen, terwijl hij liftend had gereisd.

“Liften was in de jaren zeventig net zo punctueel als de trein”, zei hij. Je werd heel gemakkelijk meegenomen. Vanuit Nederland liftte je naar De Hallen in Parijs. Van daaruit vertrokken vrachtwagens naar alle bestemmingen in Frankrijk. Je koos de juiste uit en de chauffeurs namen je zonder uitzondering graag mee als gezelschap.”

“Heb je nog meer van die dingen die in de jaren zeventig mogelijk waren en nu niet meer?” vroeg ik gretig en toen barstte hij los en stopte niet meer, totdat hij ver na middernacht abrupt op de bank in slaap viel. De eerste dingen die hij zei, kon ik opschrijven, maar ik raakte al snel zo geboeid dat ik alleen nog maar kon luisteren.

Een telegram sturen naar een vriend in Groningen

Dansen in een bar/dancing zonder het gevoel dat anderen een net iets sickere move hadden

Wereldkampioen in een zeilklasse worden terwijl je gewoon een full-time baan hebt

Naar Afghanistan liften om een jas te kopen

Proberen onder de dienstplicht uit te komen

Sosjaal demokraties krieties zijn

Paarse tuinbroeken dragen terwijl je niet in de tuin aan het werk bent

Kolenkit nog echt gebruiken i.p.v. als paraplustandaard

Elektriciteit via palen en porseleinen geleiders aan huis krijgen

Verdacht zijn als je communist bent

Zorro ontmoet Zappa

26 - 8 - 2010

Toen ik tien jaar was, had ik een vriendinnetje dat Francientje heette. Door haar ben ik geïnteresseerd geraakt in de muziek en persoonlijkheid van de Amerikaanse componist en vrijdenker Frank Zappa. Dat ging als volgt.

Samen gingen we naar een feestje in het buurtcentrum ‘Aen de Wan’ in Maastricht-zuidoost. Het was waarschijnlijk tijdens carnaval, want ik kan geen andere reden bedenken waarom zij indianenkleren droeg en ik gekleed was als de in Engelse volzinnen sprekende Spanjaard Zorro.

We dansten samen om de misselijkheid, veroorzaakt door de sloten limonade en pakken koekjes, te verdrijven en kwamen al hossend langs een muurschildering. “Kijk, die heeft mijn broer gemaakt!”, zei Francientje. Het was een prachtig tafereel met destijds beroemde popmuzikanten als Keith Richards, Jimi Hendrix en James Last. Er was ook een gezicht te zien met een snor en een vierkant sikje, waaronder ‘Zappa’ stond. Ik vroeg aan Francientje: “Wat is dat, Zappa?” Zij stak haar vingertje in de lucht. “Dat is het waterschildpadje van mijn broer.”

Zondagochtendritueel

21 - 4 - 2010

Mijn anderhalf jaar oude dochter staat graag vroeg op en daarom waren wij afgelopen zondag om zes uur al uit de veren. Met haar voorop in het kinderstoeltje, fietste ik naar het park. Daar waren verschillende honden hun bazen aan het uitlaten en één van die honden had een psychische stoornis. Het was een Herder, maar ik kon niet zien of het een Duitse, Mechelse of Noord-Koreaanse was. Hij blafte veel en hard en rende als een bezetene om onze fiets heen. Daarbij hapte en snapte hij in het rond en beet mij ineens zonder mijn toestemming in mijn been! Het deed pijn en ik probeerde weg te komen van dit duivelse kolerebeest. Ik schold de hond daarbij uit, onder andere voor rotte vis, maar dat maakte geen enkele indruk, zelfs niet toen ik hem uitschold voor ‘hypocriete charlatan’.

Daarom fietste ik maar snel weg voordat hij zijn ongepoetste tanden ook nog in mijn dochter kon zetten. Van een afstand zag ik dat hij werd nagezeten en teruggeroepen door zijn bazin die schreeuwde: ‘Henkjan, hier! Henkjan!’ Van veilige afstand schreeuwde ik naar het vrouwtje: ‘Uw hond moet aan de lijn! En u trouwens ook, als ik uw pens zo zie!’Ze hoorde het niet, want ze had het veel te druk.

Ik trok mijn broekspijp omhoog en zag op mijn been tandafdrukken en het begin van een fikse blauwe plek. Mijn tatoeage zat er gelukkig nog. Er was geen bloed en ik besloot om ditmaal eens geen tetanus-injectie te gaan halen. Met mijn ene been slepend over de grond fietste ik naar de speeltuin tegenover ons huis. Daar zette ik de fiets neer en haalde dochtertje uit de stoel, dat meteen koers zette naar de glijbaan.

Ik ging op een bankje zitten en wreef zachtjes over mijn been. Mijn blik viel op iets blinkends in de bosjes. Wat zou dat nu zijn? Ik hinkte erheen en zag dat het een tas was. Of beter: een hoes. Een gitaarhoes. Of nee: een basgitaarhoes. Ik nam het ding uit de struiken en ritste hem open. Er zat een basgitaar in! Een echte! Hoe kwam die daar nu terecht? Was ze er neergegooid door een dief zonder muzikale opleiding? Of was ze gedropt door een basgitaarsmokkelaar?

Met mijn been in de ene hand en de basgitaar in de andere liep ik naar huis. Op de bas zat een sticker met het telefoonnummer van een muziekinstrumentenwinkel. Ik belde het op de eerste werkdag na de vondst en beschreef de basgitaar. De verkoper aan de andere kant van de lijn zei: ‘Zat hij soms in een blauwe canvas hoes van merk X?’ Dat was inderdaad zo. ‘Dan is hij van de bekende Nederlandse bassist Pim Dijkman, die regelmatig te diep in het glaasje kijkt. (Om redenen van privacy heb ik de voornaam van Pim Dijkman aangepast, want eigenlijk heet hij Wim.) Hij gaf mij het e-mailadres van Pim en ik stuurde hem een bericht over de verloren bas. Hij heeft zich nog niet gemeld.

Het onderspit

12 - 3 - 2010

NeandermansIn 1996 zijn paleonthologen erachter gekomen dat wij niet afstammen van de Neanderthaler-mens. De Neanderthalers waren eerder in Europa dan onze voorouders die later uit Afrika naar Europa migreerden. Onze voorouders waren veel slimmer dan de domme Neanderthaler, die minder goed kon jagen. Daarom dolf de Neanderthaler het onderspit.

Gisteren zag ik daarover een documentaire waarin werd nagespeeld hoe Neandermans door onze voorouders werd uitgemoord. Dat proces was mooi gedramatiseerd. De Neanderthalers hadden langharige, dreadlock-achtige kapsels en een dom gezicht. Ze zaten met z’n vieren achter een everzwijn aan, maar slaagden er niet in het te vangen. Het zwijn verdween tussen de bosjes, terwijl zij verbaasd met hun speren in het niets hakten. Ineens verschenen ‘Moderne Mensen’ op het toneel: een soort Mel Gibsons die zenuwachtig springend zonder veel moeite het everzwijn wisten te pakken. Dat maakten ze dood en ze legden het even neer om daarna achter het groepje Neanderthalers aan te rennen. Ze gooiden speren naar hun kop, maar je zag geen bloed of gevechten. De commentaarstem zei dat de Neanderthalers zo werden uitgeroeid.

Als dit waar is, dan is dat behoorlijk erg. Ik kan daar nu, vijftigduizend jaar later, nog boos om worden. Waarom konden de Melgibsons niet gewoon aardig zijn tegen de Neanderthalers? Er was nog zoveel ruimte; genoeg om met z’n allen in te leven. Ze hadden gewoon kunnen samenwerken en een soort voorouder-liga kunnen vormen om voorkomende problemen op te lossen.

Als dat was gebeurd, had de wereld er anders uitgezien, denk ik. Dan waren we nu wellicht een stuk aardiger voor elkaar geweest, minder egoïstisch en meer genegen tot het sluiten van compromissen. Dan was het hier nog gezelliger geweest.

Vliegmirakel

23 - 2 - 2010

In de top tien van de meest onderschatte dieren staat de vlieg op een hoge plaats. Het dier kan zo goed vliegen dat die twee Joint Strike Fighters van tegenwoordig er niets bij voorstellen. Ga daar maar eens aan staan als je ook nog een slurf met je mee moet torsen.

Gisterochtend zag ik hier op kantoor een vlieg die in hoge nood verkeerde. Hij lag namelijk in de wc en het leek alsof hij dood was. Een collega had over hem heen geplast en ik besloot het dier snel uit zijn lijden te verlossen door door te trekken.

Nadat het geborrel voorbij was, kwam de vlieg weer bovendrijven en spartelde een beetje. Hij leefde dus nog! Ik kreeg meteen enorm medelijden met deze heuse je maintiendrai-vlieg en besloot hem te verplegen.

Met een stukje wc-papier viste ik hem uit de toiletpot en legde hem op de rand van de wasbak op een droog stukje toiletpapier. Het dier liep er langzaam overheen en maakte zichzelf zo droog. Briljant!

Ik legde het ziekbed van pleepapier inclusief patiënt dichtbij de verwarming en liet de natuur zijn helende werk doen. Een kwartier later was de vlieg al kwiek met zijn vleugeltjes aan het klapperen en aan het eind van minuut 17 steeg hij op en vloog naar mijn collega, waar hij tevreden op plaats nam en zijn voorpootjes begon te wassen. (Mijn collega doucht zich altijd ‘s avonds in plaats van ‘s ochtends en dat vind ik zeer vliegvriendelijk.)

Vanochtend kwam ik weer op kantoor en tot mijn grote blijdschap bleek de vlieg nog steeds te leven. Het is vandaag aangenaam warm en ik zet straks een raam open, zodat Maxime, zoals wij hem hier langzaam zijn gaan noemen, de wijde wereld in kan.

Bezigheidsklasse

23 - 2 - 2010

bcGisteren heb ik eindelijk eens een keer Business Class gevlogen en nu kan ik dus uit de eerste hand vertellen hoe dat is aan mensen die dat nog nooit hebben gedaan. Mensen die altijd of regelmatig Business Class vliegen raad ik aan om op een ander weblog hun tijd te gaan verkwisten.

Mijn vrouw, zuigelingetje en ik kwamen drie uur te vroeg aan op het Noorse vliegveld Gardermoen en daarom vroegen we aan de inboekmedewerkster of we misschien mee mochten met een eerdere vlucht. Dat mocht, want er waren nog een paar plaatsen vrij, maar dan moesten we wel genoegen nemen met een stoel in de Business Class zonder te hoeven bijbetalen. Na lang twijfelen gingen we daarmee maar akkoord.

We kwamen vooraan te zitten naast rijke mensen die zich zichtbaar ergerden aan het feit dat gewone reizigers een plaats in de Business Class werd gegund. Toen het eten werd geserveerd door KLM-purser Wil Bout (overigens een aanbeveling, zorg dat je een keer bij haar in het vliegtuig komt!) kregen de mensen om ons heen een hoogwaardig driegangen-ontbijt dat heel uitdrukkelijk en tot opluchting van de veelbetalers NIET aan ons geserveerd werd. Wij kregen een broodje ei.

Het cabinepersoneel heeft van tevoren de namen van de bezigheidklasse-reizigers uit hun hoofd geleerd en daardoor zeggen ze dingen als: “Mr. Rasmussen, would you like a hot towel?” en: “Mrs. Vögelein, is the leg space O.K.?” Onze namen kenden ze niet van buiten en ze vroegen er gelukkig ook niet naar. Wel streek Wil over haar bout, ehm over haar hart toen ze met de bonbondoos langskwam: daar mochten wij er ook eentje uit nemen.

Eigenlijk is vliegen in de Business Class de soms wel drie keer hogere prijs niet waard, vind ik. Je hebt meer beenruimte, maar met mijn korte beentjes heb ik daar net zoveel aan als mijn zeven maanden oude dochter. Ik verdenk de reizigers in die klasse sinds gisteren ervan dat ze daar zitten om op te scheppen. Mijn advies aan zakenmensen met korte benen is dan ook: boek op tijd, vlieg als het even kan Economieklasse en geef de rest van het geld aan een goed doel, bijvoorbeeld het bestrijden van de honger in de Economy Class.